Het Grand Cirque des Abonnements

Eind januari, ach, eind januari. Normaal gesproken is dat de tijd dat er een kersverse abonnementenbrochure wordt gedrukt en we hier met wat afkickverschijnselen afscheid nemen van misschien wel de meest enerverende periode van het jaar: de weken voorafgaand aan het moment dat we met een nieuw seizoensprogramma de wereld tegemoet treden, ook wel het abonnementencircus genoemd. Want hoe gaat dat, zo’n abonnementenbrochure?

Tekst: Reinen Dercksen

Zo rond begin december gaan programmeurs, marketeers, de redacteur, de opmaker en wat externe hulp gezellig met elkaar in een snelkookpan zitten, of in onze eigen variant van het Big Brother House, waarna het vuurtje flink wordt opgestookt en een week of zes later de menukaarten voor het komende seizoen op tafel staan. De programmeurs hebben begin december al de meeste ingrediënten verzameld: orkesten, ensembles en artiesten die het komende seizoen iedereen blij gaan maken. Elke paar dagen presenteren Peter Tra, Cécile Gouder de Beauregard en Guy van Hulst een serie waar mensen naar kunnen uitkijken, een soort ei dat verder uitgebroed moet worden.

Ik heb daarbij de eer om ervoor te zorgen dat er uit dat ei een paradijsvogel tevoorschijn komt, een nachtegaal of een zanglijster, ik mag daarbij mijn eigen woorden kiezen. In korte tijd passeren tientallen series en een paar honderd concerten de revue en die moeten allemaal worden aangeprezen, in de abonnementenbrochure en op de website. Hoe doe je dat? Veel muziek ken je, maar hoe klonk die ene symfonie van Sibelius ook alweer, bestaat er al een opname van dat gloednieuwe stuk, en natuurlijk moet ik niet de fout maken dat ik de vele kwartetten van Beethoven of Sjostakovitsj door elkaar ga halen.

Kortom, je gaat luisteren, heel veel luisteren. En elke keer trap ik vol overgave in dezelfde valkuil: je begint aan een symfonie, een liederencyclus of de filmmuziek bij een klassieker en in no time stel je vast: verdraaid, inderdaad, een waar meesterwerk, zou iedereen moeten horen. Als ik er echt iets inhoudelijks of verleidelijks over wil zeggen, dan kan ik het beste het hele werk beluisteren, ook al denk ik het te kennen. Ook de aanloop naar die zalige climax (Daphnis et Chloé!), die dramatische overgang of dat meeslepende middendeel wil ik best wel weer eens horen, ik moet er wel wat zinnigs over zeggen, want met ‘onderdompelen’ en ‘laat u meevoeren’ heb ik niks. Het onderbreken of stopzetten van, zeg, Sjostakovitsj’ Achtste Strijkkwartet of Ma mère l’Oye van Ravel is sowieso een vorm van heiligschennis, dus hupsakee, gewoon afluisteren, zit je er weer lekker in.

Eigenlijk is dat niet de bedoeling, dat ik zo’n beetje een heel seizoen vooraf beluister, inclusief de evergreens, want ik moet natuurlijk wel een beetje zorgvuldig met mijn tijd omgaan en er wachten nog 87 andere concerten. Gelukkig zijn er dan de avonden en de weekenden, met goede geluidsapparatuur en een pot koffie of whisky binnen handbereik. Mijn FOMO (Fear of Missing Out) is dat ik een geniaal onbekend werk mis, of net die ene passage die een meesterwerk samenvat, waarmee ik de laatste twijfelaars over de streep kan trekken.
Over een symfonie van Tsjaikovski of een jong ensemble zonder dirigent is altijd wel iets aardigs te verzinnen maar bijvoorbeeld Bach-cantates zijn een kleine crime voor een redacteur. Allemaal even mooi en geniaal, maar dat is precies het probleem: wat moet je er verder over zeggen? En bovendien: wat heeft het voor zin om over details te schrijven als je die vooral moet hóren? Als ik echt niets origineels kan verzinnen, kan ik wat betreft Bach altijd nog mijn toevlucht nemen tot Bach-fanaat Maarten ’t Hart of een dominee ergens uit de biblebelt die helemaal is losgegaan op alle 249 cantates. Twee dichterlijke bronnen uit totaal verschillende werelden, zeg maar gerust tegenpolen, maar verbonden door Johann Sebastian Bach. Ah, Bach, de grote verbinder en bruggenbouwer avant la lettre, geen onaardige vondst.

Het komende seizoen is grotendeels nog in nevelen gehuld, op dit moment geen snelkookpan, eerder een hooikist waarin de plannen langzaam sudderen en garen. Toch heb ik natuurlijk al wel mijn antennes uitstaan en her en der wat tipjes van sluiers opgelicht. Het ziet ernaar uit dat komend seizoen de grootste, nog levende Amerikaanse componist naar Utrecht komt om zijn eigen werk te dirigeren, en dat de grootste, nog levende Nederlandse componist… nee, dat mag ik dan weer niet zeggen, ligt te gevoelig, dus opnieuw: …en dat Lucas en Arthur Jussen een werk voor twee piano’s en orkest gaan spelen van een van de grootste Nederlandse componisten van dit moment: Joey Roukens. Bestaat er een opname van In Unison? Yes! Even luisteren. Wauw! De eerste maten grijpen je bij de lurven en het stuk laat je pas na een half uur los, als de laatste maten hebben geklonken, adembenemend, bedwelmend, zou iedereen naartoe moeten gaan… Zit ik toch alweer reclame te maken. Maar u kunt er dus zeker van zijn: als ik schrijf dat een stuk je direct bij de kladden grijpt en je een halfuur niet loslaat, dan heb ik het niet van een ander, dan heb ik het van de eerste tot de laatste noot zelf gehoord en ervaren.