Herman Hertzberger

Godzijdank, de Grote Zaal bestaat nog, in al zijn glorie. Ik kom er al bijna veertig jaar en hij verveelt nooit. Nergens klinken ensembles en middelgrote orkesten beter dan in Utrecht. Als je je aandacht op de theorbe richt in de Matthäus-Passion, dan zie je niet alleen iemand tokkelen, je hoort het ook, waar je ook zit. Kom daar maar eens om als je op rij 16 in de Doelen zit, of ergens op het balkon in een antieke schoenendoos op tientallen meters van het podium, het is maar een detail.

Door onze redacteur Reinen Dercksen.

Meer weten over Herman Hertzberger? Kom naar zijn lezing op 21 augustus 'De ruimte van Herman Hertzberger'

De Grote Zaal en de omliggende foyers zijn onlosmakelijk verbonden met Herman Hertzberger, de architect van Muziekcentrum Vredenburg en later opnieuw ingehuurd bij de verbouwing van het jonge monument tot TivoliVredenburg. Zeker in de periode tot 2007, toen het gebouw nog rijkelijk was voorzien van ‘authentieke details’, ademde alles in en rond de Grote Zaal Herman Hertzberger: de tafels, stoelen en krukjes, de kleinschaligheid van de foyers met hun rustieke parket en wirwar van trappenhuisjes, de banken met hun huiskamerleer, het ruimhartig toegepaste multi-multiplex, de lichtarmaturen, de bars, en natuurlijk het nogal aanwezige Hertzberger-grijs, de evergreen in het kleurenpalet van de architect, vooruit, met paars en roze als steunkleuren. Oud-directeur Peter Smids mopperde er wel eens over dat hij tien jaar moest zeuren voordat Herman Hertzberger groen licht gaf om het kale en vies geworden parkeergarage-grijs van het beton in de Grote Zaal grijs (!) te laten verven. Herman Hertzberger was niet zozeer de roze olifant van de oudbouw, maar meer een familie roze (of grijze) olifantjes, overal had hij zijn sporen nagelaten.

In de aanloop naar de heropening in 2014 leek het de feestcommissie een aardig idee als ik de bouwmeester in zijn kantoor in Amsterdam liet vertellen over de wordingsgeschiedenis van het oude Muziekcentrum en de keuzes die hij daarbij had gemaakt. Een dankbaar verzoek. Geen grotere pleitbezorger voor de gebouwen van Herman Hertzberger dan de bouwmeester zelf. Fijn: hij was in goeden doen, ging er eens goed voor zitten en wilde graag over zijn kindje vertellen. Nog fijner: hij reeg de ene anekdote aan de andere. Het allerfijnst: hij wist elke ‘aanval’ op zijn gebouw meesterlijk te pareren.
Na alle opgehaalde lofzangen op zijn gebouw door orkesten (‘Nergens hoor je elkaar beter dan in Utrecht.’), dirigenten en bezoekers werd het tijd voor een tegengeluid. Ik moest een heikel onderwerp aanroeren: het idee van veel bezoekers dat ze een doolhof binnentraden met ergens in het hart een concertzaal. En als je het geluk had eenmaal in het heilige der heiligen te zijn aangekomen, dan zág je je stoel misschien wel, maar zag ook maar eens kans om er veilig en niet buiten adem aan te komen voordat de gong ging, of erger, voordat het concert op het punt stond te beginnen en de deuren dicht gingen (waarvan er veel eenmaal dicht van buiten alleen met een speciale taatsdeursleutel waren te openen).

Foto: Jelmer de Haas

Geschuifel op de stoel tegenover me, lichte stemverheffing, wrevel. ‘Weet je wat het is met het Muziekcentrum en die kleinschalige foyers? Het is een fantastisch gebouw om elkaar te ontmoeten.’ Stilte, vorsende blik. ‘En een fantastisch gebouw om elkaar te ontlopen.’ Bam! Triomfantelijke blik. De architect staat op en komt met een denkbeeldig dienblad aanlopen. ‘Oh nee! Die wil ik nu even niet zien, vandaag niet.’ Acteur Hertzberger draait zich resoluut om met dienblad en al en doet het voorkomen alsof hij de foyers in omgekeerde richting doorloopt, wat bochtjes maakt en van de andere kant zijn geliefde gezelschap terugvindt, zonder die vandaag-even-niet-collega of kennis te hoeven spreken.

En zijn gebouw heeft meer ontsnappingsroutes. Opnieuw kruipt Herman Hertzberger in de rol van een bezoeker die een sta-in-de-weg wil ontwijken. ‘Kijk, dat doe je dan zo.’ Als een volleerde mimespeler zakt hij door zijn knieën en daalt met dienblad een denkbeeldige trap af naar een onderliggende foyer, om twintig meter verderop weer omhoog te klimmen, levende obstakels omzeild, missie geslaagd. ‘Dat kan alleen in Muziekcentrum Vredenburg. En ach, wat betreft die stoelen, als je eenmaal weet waar je zit, dan onthoud je dat toch gewoon na de eerste keer? Zo ingewikkeld is de Grote Zaal nou ook weer niet. Nog meer kritiek?’

Ja, toch wel. Dat eeuwige grijs, had dat niet een onsje minder gekund? Ook die zag hij aankomen. ‘Dat was helemaal mijn bedoeling niet!’, riposteert hij resoluut. ‘Weet je hoe dat is gegaan? Ik was nog bezig met het uitwerken van de plannen, inclusief het bouwmateriaal, toen ik een telefoontje van Brederode kreeg, je weet wel, de bouwer van Hoog Catharijne. Ze zeiden dat ze nog een restpartijtje betonstenen hadden en of ik daar wat mee kon. De gemeente wilde voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, dus zei ik ja, niet wetend dat je van die restpartij een complete concertzaal kon bouwen. Voordat ik het wist was het hele gebouw in de rotstenen opgetrokken, dat ging deels buiten mij om, een architect gaat niet over elk detail, zeker niet bij de afwerking. Maar ik heb me gerevancheerd, want ik vond het ook wel wat grijs uitgevallen. Heb je al dat natuursteen gezien waarmee we de opengebroken delen en overgangen van oud naar nieuw hebben afgewerkt?’ Nee, dat had ik niet en ik had me nog wel zo grondig voorbereid. Terug op het nest toog ik direct naar alle plekken die Hertzberger had beschreven. En verdraaid als het niet waar is, maar hij had gelijk. Grote delen van de nieuwe buitenwand zijn bekleed met natuursteen… Chinese grijze leisteen.

Ik moet eerlijk zeggen dat de originele foyers rondom de Grote Zaal in de loop van de jaren hun ziel grotendeels hebben verloren. De bruine bars, geïnspireerd op het schilderij ‘Un Bar aux Folies-Bergère’ van Claude Manet, zijn allemaal verdwenen. Ik mis op veel plekken de handige aanschuifkrukjes. De onbetaalde garderobes zijn gedegradeerd tot opslagplaatsen voor glas, snoeren en kratten, veel zithoekjes zijn verweesd of verdwenen. De foyer op de onderverdieping heeft zijn publieksfunctie helemaal verloren. Op de begane grond is een deel van de foyer aan de marktzijde opgeofferd voor een winkel of shop die er nooit is gekomen. Wat rest roept bij mij weleens de sfeer op van een tochtig gangenstelsel, waarin je bij elke hoek die je omgaat hoopt dat het beter wordt, wat niet zo is. Het respect voor de oude Herman Hertzberger neemt van de weeromstuit alleen maar toe. Zijn oude foyers waren misschien wat klein en onoverzichtelijk, maar ook knus en er zat een visie achter die werkte. Ze klopten wel.
Maar er gloort hoop. Niemand minder dan Herman Hertzberger zelf werkt een plan uit voor een facelift, upgrading, oppimping, refurnishing of hoe dat tegenwoordig allemaal in content-taal mag heten, voor de foyers rondom de Grote Zaal en een nieuwe ingang aan de marktzijde. Op dit moment zijn de herstelwerkzaamheden in volle gang en zien er veelbelovend uit. Welja, hopelijk herrijst de foyer van de Grote Zaal als een feniks uit zijn as en kan de Grote Zaal aan een derde jeugd beginnen. Dat houdt iedereen jong, inclusief de oude meester.