Tedeschi Trucks Band: ''Perfect blend''

Al sinds 2010 bestiert gitarist Derek Trucks samen met zijn vrouw Susan Tedeschi, gitaar en zang, de Tedeschi Trucks Band. Geen gezapige familieaffaire. De optredens van de twaalfkoppige formatie uit Jacksonville Florida zijn overweldigend, een even strakke als soepele mix van blues, rock, soul en jazz. Trucks spreekt deze ochtend over de telefoon vanuit New Orleans.

Tekst door Ludo Diels (Heaven Magazine)

 

Derek Trucks (40) is gepokt en gemazeld in de southern rocktraditie. Via zijn oom Butch Trucks, drummer van The Allman Brothers Band, belandde hij al als puber in die befaamde en wegens drank- en drugsgebruik beruchte groep. Trucks staat standaard in de lijsten van beste gitaristen die Rolling Stone sinds jaar en dag publiceert. Het succes dat hem met zijn eigen collectief Tedeschi Trucks Band ten deel valt – inclusief twee Grammy’s – is hem niet naar het hoofd gestegen. “Ik ben een serieuze jongen. Zo ben ik ook met muziek bezig. Het gaat mij niet om virtuositeit. Ik stel mijn ambacht in dienst van het liedje. Muziek is een collectief gegeven. De hele band zit er zo in. Dat maakt ons zo’n organisch geheel. We blend perfectly together.

Tedeschi Trucks Band speelt als een goed geoliede rockmachine. Voeten stevig op de grond. De twee perfect op elkaar ingespeelde drummers stuwen de muziek voort als een snelstromende rivier. “Het aparte is dat we het niet alleen als muzikanten goed met elkaar kunnen vinden, we ervaren op tournee elkaars nabijheid als prettig. We hebben erg genoten van een paar vrije dagen in Utrecht. Ook die show daar in TivoliVredenburg staat me nog goed bij. Het was een avond waarop we werden opgetild. Op sommige plekken en op sommige avonden gebeurt dat. Geen idee hoe dat komt, de chemie klopt dan, denk ik. In Amerika spelen we altijd graag in Chicago en in het Beacon Theatre in New York. Het publiek en de muziek zijn en blijven twee kanten van dezelfde medaille. De magie schuilt in de wisselwerking tussen muziek en publiek.”

Jullie spelen vanavond in New Orleans. Werken jullie dan exact dezelfde setlist af als gisteren?

“New Orleans is bijzonder voor mij. Hier heb in mijn vrouw Susan leren kennen, in 1999. Ik speelde er met de Allmans. Sue was er met haar eigen band en ik was onder de indruk van haar spel en betoverende zang, waarin altijd iets van soul en gospel doorklinkt, maar ook jazz. Heel apart, vind ik nog steeds. Onze muzikale klik ging aan alles vooraf. Daarna kwamen het huwelijk en de kinderen. De muziek bindt ons. Je zou dat onze taal kunnen noemen. Maar je vroeg naar de setlist. Nee, we proberen er elke avond wat afwisseling in te brengen. We want to keep it fresh. Hangt een beetje af van de sfeer. Op dit moment proberen we nummers uit van Signs, ons nieuwe album.

Het maakproces van Signs was nogal heftig. Jouw oom Butch stierf in 2017, jullie mentor Leon Russell in 2016. Bruce Hampton gaf de geest nota bene op het podium met Susan en jou op zijn zeventigste verjaardag. Dat lijkt me geen beste vibe om een album op te nemen.

“Weet je, ik geloof dat we het enige goede hebben gedaan wat je in een fase van verdriet kunt doen: treurnis sublimeren tot iets moois. Natuurlijk waren we aangeslagen en missen we onze vrienden nog steeds. Maar dat we doorgaan in hun muzikale geest is de beste remedie tegen neerslachtigheid. Muziek is het beste troostmiddel. Ik beschouw het nieuwe album als een catharsis.”

Op Signs staan nummers die lijken op te roepen tot solidariteit in een erg verdeeld Amerika. Het ademt zelfs een geest van optimisme.

“Zo zie ik dat ook. Ik geloof dat ik optimistischer ben geworden nadat ik kinderen heb gekregen. We zijn optimisme verplicht aan ons nageslacht. Wat Trump betreft, ik denk dat het van tijdelijke duur is. We moeten hier doorheen en dat gaat zeker lukken. Schoonheid en uiteraard liefde zijn de beste antwoorden op deze moeilijke tijden. Het mooie aan muziek is dat het een doorgeefluik is. Je maakt een verbinding met een ander mens. Dat kan anderen weer tot hulp zijn, ze sterken, troosten in moeilijke tijden. Ik keer altijd terug naar de muziek, een daad van optimisme.”

Is dat in jouw geval enkel popmuziek – hoe breed ook gedefinieerd?

“Ik ben een muzikale veelvraat. Op dit moment ben ik verslingerd aan Mahler en Schubert. Die klassieke muziek geeft me veel inspiratie. In feite geloof ik maar in twee soorten muziek: goede en slechte. Genres maken me weinig uit, als het maar eerlijk is en puur. In veel moderne muziek mis ik die eerlijkheid. Mensen vallen gemakzuchtig terug op techniek. De beheersing van een instrument lijkt op de achtergrond te komen. Bij onze band niet. Wij leven onze muziek.”

Signs is opgenomen met producer Jim Scott. Hij werkte samen met artiesten zo divers als Tom Petty, Sting, The Rolling Stones, Wilco en The Red Hot Chili Peppers. Hoe ging dat?

“De eerste twee albums hadden we ook al met hem opgenomen. Hij is een topper en bovendien erg aardig. De laatste jaren kwamen we hem weer vaker tegen tijdens shows. Ik vond het mooi de samenwerking juist nu weer op te pakken, nadat we zo veel dierbaren hadden verloren. Het voelde nieuw en toch vertrouwd. De tijd bleek rijp dit project samen aan te vliegen. We hebben de plaat bij ons thuis in Jacksonville opgenomen. Dat was heel bijzonder. Elke ochtend kwam de hele groep aanwaaien. Elke dag ontstond er iets. De melodieën kwamen soms spontaan tijdens een soundcheck bijvoorbeeld. Of pielend op een instrument. Zo gaat het meestal. De tekst volgt in de regel dan vanzelf. Het proces verliep organisch. We zijn blij met het resultaat.”

Is een tournee goed om de ideeënmachine aan het draaien te krijgen?

“Een tournee is heel inspirerend. Je stuit elke avond wel op iets dat tot een song kan leiden. De magie van een nieuw liedje laat zich niet al te gemakkelijk doorgronden. Een tour vormt het moment waarop we de muziek als het ware uitserveren aan het publiek. Dan vindt de wisselwerking plaats die enorm veel energie geeft. Uiteraard is zo’n tour ook een uitputtingsslag. Maar het aparte is dat vermoeidheid soms de beste shows oplevert. Om de een of andere reden is de concentratiespanne dan beter en speel ik geconcentreerder. Al met al zijn we, denk ik, verstandige mensen die zich niet te buiten gaan aan uitspattingen. Ik heb dat al te vaak zien gebeuren. Wij zijn niet van de drugs en overdreven veel drank. De verwachtingen van het publiek kan geen band op halve kracht verdragen. We moeten all the way gaan. Verder lees ik zo nu en dan graag een goed boek. En als we niet spelen probeer ik zo ook de stilte op te zoeken. Die is veelbetekenend. Stilte geeft ruimte.”

Dit artikel is afkomstig van Heaven Magazine.  Meer Heaven Magazine? Kijk dan snel op de website: www.popmagazineheaven.nl

MEER SHELTER STORIES: