Odetta Hartman: ''Old Rockhounds Never Die''

Op Old Rockhounds Never Die verzoent de Amerikaanse Odetta Hartman (28) het oude folkgevoel met experimenteerdrang. Banjo en elektronica gaan hand in hand op het enigszins collageachtige album, gelardeerd met opnamen van zingende vogels en regen op de porch.

Tekst door Louis Nouws

 

Sinds de release van Old Rockhounds Never Die, in augustus vorig jaar, is Odetta Hartman vrijwel voortdurend on the road geweest. Het illustreert de warme ontvangst van het album door critici en publiek. “Ik heb op plekken gespeeld waar ik nooit eerder kwam en dat was cool. In Tennessee kreeg ik geregeld te horen: ‘Je muziek klinkt ergens vertrouwd, maar wat doen die computers op het podium?’”

Ze groeide op in de East Village, hartje Manhattan. Haar ouders hadden er een pizzarestaurant. “Met een jukebox. Die 45’s zijn mijn eerste muzikale herinnering. Er zat van alles tussen: soul, punkrock, The Beatles, countrymuziek, want de singles moesten natuurlijk een brede klantenkring aanspreken.” Op haar vierde ging ze op vioolles, in navolging van haar oudere broer en zus. “Er was altijd muziek in huis. Mijn ouders hadden bovendien een geweldige platencollectie, met uiteraard ook Harry Smith’s The Anthology Of American Music. Terugkijkend was dat het beginpunt van mijn afdaling in the rabbit hole.” Ze lacht. “Ik weet nog dat als kind al dacht: What is this music?”

Zwart-wit

Op de kunstacademie leefde de liefde voor vooroorlogse muziek weer op, nadat in ze haar tienerjaren toch vooral met andere muziek bezig was. “Het was een heel brede opleiding, met een conservatorium, maar ik studeerde muziekgeschiedenis. Dat was overigens heel breed opgezet met ook veel sociale en politieke historie. Mijn afstudeerscriptie ging over de expeditie van Alan Lomax in 1935 naar Georgia en Florida en de Bahama’s en Haïti om field recordings te maken, samen met twee vrouwen: schrijfster Zora Neale Hurston en etnomusicologe Mary Elizabeth Barnicle. We kunnen ons nu moeilijk voorstellen hoe dat moet zijn geweest. In het Zuiden leefden zwart en wit grotendeels gescheiden en daar kwam een jongeman – Lomax was twintig – met twee oudere vrouwen – één zwart, één wit – om muziek op te nemen met een apparaat dat nog nooit iemand had gezien. In de Library of Congress in Washington kun je oude wascilinders zien die ze gebruikten. Die eerste mobiele opnameapparatuur was enorm groot en zwaar, totaal niet te vergelijken met de iPhones en andere opnameapparaatjes die ons tegenwoordig ter beschikking staan.” Zelf heeft ze altijd een opnameapparaat bij de hand en Old Rockhounds Never Die staat bol van omgevingsgeluid. “Eigenlijk is alle percussie die je op het album hoort opgebouwd uit samples van crazy sounds die ik overal en nergens heb opgenomen.”

Speelgoed

Tegenwoordig gaat ze op pad met haar oude schoolvriend Alex Friedman op drums, percussie en aanverwanten. “In de studio kun je een veelheid aan geluiden incorporeren. Gebruiksvoorwerpen, speelgoed en nagenoeg elk instrument inspireren me, en dat is live wat lastig te reproduceren. Het is sowieso onmogelijk al die spullen mee te sjouwen, dus live klinkt het anders. Maar Alex gebruikt een drumpad en samples, en hij kan stem en instrumenten digitaal manipuleren via computers. Daardoor maken we als duo toch een gelaagd en spannend geluid.”

Dit artikel is afkomstig van Popmagazine Heaven.  Meer Popmagazine Heaven? Kijk dan snel op de website: www.popmagazineheaven.nl 

 

Meer Shelter Stories: