Iris DeMent: 'Voor de Troost'

 

Langverwacht, maar toendertijd door bijna niemand meer verwacht: na liefst acht jaar kwam Iris DeMent in 2012 voor de dag met een album vol liedjes van eigen hand. Nog onverwachter: Sing The Delta bleek het lange wachten alleszins waard geweest. In 2011 kreeg ze plotsklaps de geest en rolden er zomaar een stuk of vijf liedjes uit. Enkele onvoltooide stukken wist ze opeens in een mum van tijd af te ronden. Van een chronisch writer’s block was al die tijd dan ook niet echt sprake geweest. En met een beetje goede wil had ze vast wel een paar albums kunnen afleveren, maar dan had het het heilige vuur toch ontbroken. Het duurde gewoon zo lang als het moest duren. Kennelijk was de tijd niet eerder rijp. Ze was blij dat ze zo geduldig had afgewacht.

Tekst door Geert Henderickx (Popmagazine Heaven)

 

Het oudste en tevens schrijnendste nummer van Sing The Delta dateert van eind jaren negentig. Ze schreef Livin' On The Inside, verrassend genoeg opgeluisterd door een omfloerste blazerssectie, toen ze al te lang in zichzelf opgesloten zat. Zelfhulpboeken brachten geen uitkomst en ze werd verteerd door heimwee naar de familiepicknicks uit haar onbezorgde kindertijd. Kon ze toch maar net als die ene goede vriendin van haar een paar baby’s nemen, want die kun je tenminste zien en strelen. Goed en wel hertrouwd met de Iowaanse singer-songwriter Greg Brown adopteerde ze zo’n vijftien jaar terug een meisje van vier uit Rusland. Sindsdien staat ze nog hooguit twee weekeindes per maand op het podium. Kinderen groeien zo snel op,  ze zijn het huis uit voordat je het in de gaten hebt. En die kleine meid is nu eenmaal haar alles, nou ja, bijna alles.

Op haar derde verhuisde het gezin DeMent naar Californië om daar werk te vinden. Haar ouders waren toen al rond de vijftig en nog nooit van hun leven buiten de noordoostelijke regio van Arkansas geweest. Ze waren Zuiderlingen in hart en nieren, vandaar dat het later leek alsof zij net als haar dertien oudere broers en zussen daar was opgegroeid. In haar jeugd hoorde ze thuis of in de kerk dagelijks gospelmuziek. In haar optiek zijn het eigenlijk antieke folkliedjes over nooddruftige mensen die worstelen met het leven. Zij zongen dan ook vanuit het gevoel en niet vanuit de techniek, laat staan dat ze zo welluidend mogelijk wilden klinken om een groot publiek te behagen. Het kwam diep van binnenuit, daar waar muziek naar haar overtuiging vandaan hoort te komen, want anders kan het haar onmogelijk boeien.

Van kleins af aan deed ze niets liever dan zingen. Ze vergezelde haar zussen trouw naar de repetities van het kerkkoor, hunkerend naar de dag waarop ze eindelijk mocht meedoen. Sister Hardy, de vrouw van de dominee, noemt ze als haar eerste en misschien wel belangrijkste muzikale invloed. Het schijnt zelfs dat ze precies zo klinkt als zij. Dat verraste haar toen ze het te horen kreeg, maar bij nader inzien leek het haar niet meer dan logisch. Niemand leeft immers op een onbewoond eiland. We zijn allemaal verbonden met de mensen om ons heen. Wie we uiteindelijk worden, hebben we te danken aan anderen. Als je daar eenmaal van doordrongen bent, ga je van je leven nooit meer naast je schoenen lopen. Ego is zoiets stompzinnigs.

Op haar twintigste trok ze de stoute schoenen aan om te gaan studeren in het verre Kansas City, waar ze op aansporing van haar vriendje, haar latere echtgenoot, voor het eerst op een open podium stond. Nadat ze een handvol liedjes had geschreven, trok ze op de bonnefooi naar Nashville om te kijken of ze van haar hobby niet haar beroep kon maken. Op de kop af twee decennia geleden debuteerde ze als dertigplusser met Infamous Angel, een verzameling verhalende liedjes in de traditie van de zogeten old-time music uit de eerste helft van de vorige eeuw. Amper een jaar later volgde het al even geweldige My Life en weer drie jaar verder The Way I Should, waarop de bluegrassinstrumentatie was verruild voor een countryrockachtige begeleiding.

Pal daarop kreeg ze haar bekomst van de muziekindustrie. Bij de grote platenfirma’s draait het uiteindelijk toch om geld. Nu mocht zij nog van geluk spreken, want artistiek gezien kon ze ongestoord haar eigen gang gaan. Desondanks voelde ze een zekere psychologische druk om het te maken. Terwijl ze toch eerst en vooral voor haar eigen voldoening aan muziek doet. Als andere mensen daar toevallig graag naar willen luisteren, dan vindt ze dat mooi meegenomen, al klinkt dat misschien minder dankbaar dan ze het bedoelt.

Met die geprangde stem van haar zingt ze archaïsche liedjes over familieleven, muziekbeleving en zingeving, waarin zich een religieuze, bijna goddelijke ondertoon laat ontwaren. Er spreekt ook een sterke verbondenheid met de gemeenschap uit, die soms de vorm van maatschappelijke betrokkenheid aanneemt, zoals in het furieuze protestlied Wasteland Of The Free. Ze schreef het midden jaren negentig, maar het nummer lijkt actueler dan ooit. Ronduit woedend wordt ze soms bij de gedachte aan het immorele gedrag van gezaghebbers. Op zulke momenten fungeert muziek voor haar als een uitlaatklep. Boosheid geeft kracht om je te verzetten tegen degenen die je proberen te onderdrukken.

 

Een jaar of acht geleden maakte ze het werkelijk hartverscheurende Lifeline, een verzameling stokoude kerkliederen die haar moeder aan de piano op de slaapkamer placht te zingen wanneer het haar allemaal teveel werd. De appel valt niet ver van de boom, zo verklapt ze in het inlegboekje. En met geloof heeft dat absoluut niets te maken, bezweert ze, het gaat haar enkel en alleen om de helende kracht van die religieuze nummers. Hoe kan het dan in hemelsnaam dat die muziek de luisteraar zo ongenadig door de ziel snijdt?

Als jong meisje was ze zich er al van bewust dat ze van tijd tot tijd kampte met ongemeen heftige gevoelens. Ergens heeft ze de indruk dat ze zich daar moeilijker van los kan maken dan de meeste andere mensen. Wanneer ze ergens mee zit, dan loopt ze daar net zo lang mee rond tot ze heeft uitgevonden hoe ze er zo goed en zo kwaad als het gaat mee overweg kan. En muziek is daarbij een onmisbaar hulpmiddel. Gaat ze er niet over schrijven en zingen, dan wordt ze volgens eigen zeggen langzaam waanzinnig.

Het weemoedige titelstuk van Sing The Delta schreef ze in de periode dat haar moeder ernstig ziek was. Aan haar geboortestreek de Arkansas Delta bewaart ze louter dierbare herinneringen. Alleen toen maakten die gedachten aan vroeger haar juist ontzettend verdrietig en eenzaam. Totdat ze er op een gegeven moment over ging zingen en ze zich door die herinneringen opeens getroost voelde. Kijk, het leven zit boordevol verlies, maar over iets of iemand zingen, kan zo’n verlies als het ware ongedaan maken. Alles wat zo oneindig ver weg lijkt, haalt ze zingend weer naar zich toe.

Op donderdag 16 januari staat Iris DeMent samen met special guest Pieta Brown in onze Grote Zaal. Tickets & meer info via hier

 

MEER SHELTER STORIES: