Eilen Jewell: ''Wander- lust''

Zelden klonk melancholie mooier dan op Sundown Over Ghost Town (2015), het zevende album van Eilen Jewell. De Amerikaanse singer-songwriter keerde terug naar haar geboortegrond. If sweetness had a sound, it would sound like my hometown.

Tekst door Louis Nouws (Heaven Magazine)

 

Negen jaar woonde ze in de buurt van Boston, maar al die tijd wist ze dat ze ooit zou terugkeren naar Idaho, de dun bevolkte staat in het noordwesten van Amerika, waar haar wieg stond. “Maar als professioneel muzikant is dat geen optie: te veel een uithoek”, wist Eilen Jewell zeven jaar geleden ten tijde van haar doorbraakplaat Letters From Sinners & Strangers. Ze stond toen op Blue Highways, de illustere voorloper van Ramblin’ Roots, waar ze opviel met haar bijna loom te noemen manier van zingen en haar puntige teksten. Ook haar begeleiders maakten indruk, met name gitarist Jerry Miller.

Het was hoe dan ook opmerkelijk dat ze er als singer-songwriter een vaste band op nahield. Begin dit jaar kondigde contrabassist Johnny Sciascia opeens zijn vertrek aan. “Hij wilde na al die jaren wat anders”, vertelt Jewell over de telefoon vanuit haar huidige woonplaats Boise. Ze vermoedt dat de geboorte van dochter Mavis, het kind dat ze heeft met man en drummer Jason Beek, ook een rol speelde. “We nemen haar mee op tournee, dat gaat nu eenmaal moeilijk anders, maar het is natuurlijk weinig rock-’n’-roll.” Sciascia’s plaats is ingenomen door Shawn Supra, een doorgewinterde sessiemuzikant uit Nashville.

“Boise is nog altijd een afgelegen oord, al is het er wel levendiger geworden het afgelopen decennium”, merkte Jewell bij haar terugkeer. “De dichtstbijzijnde echt grote stad is Salt Lake City, vijf uur rijden met de auto, al gebeurt daar ook niet echt veel. Niet te vergelijken met de regio Boston, maar daar konden Jason en ik ons geen woning permitteren. Hier wel. Het betekent dat we langer van huis zijn als we touren en dat we veel meer vliegen. Het is de prijs die we betalen voor een eigen plek.”

Tussenwereld
In haar tienerjaren ontdekte Eilen Jewell een woord voor haar permanente onrust: wanderlust. Het zit in de genen. Haar vader troonde het hele gezin mee naar Alaska toen ze zes was, haar moeder kon er niet aarden en na een jaar keerden ze terug. Eilen op haar beurt kon als tiener niet wachten Idaho opnieuw de rug toe te keren, want er moest zo veel meer te beleven zijn aan de andere kant van de bergen.

“De geboorte van Mavis heeft wel meer rust gebracht”, zegt ze nu. “Voor eerst van mijn leven ligt mijn focus op het moment. Een klein kind kun je geen seconde uit het oog verliezen: je wilt niet dat haar iets overkomt én je wilt niets missen van haar ontwikkeling.”

De onrust is dus, althans voorlopig, verdwenen. “Ik heb me stellig voorgenomen hier een paar keer de wisseling van de seizoenen mee te maken. Dat is er de laatste jaren behoorlijk bij ingeschoten.” Want als ze iets miste aan de Oostkust was het de overweldigende natuur van Idaho, grotendeels gelegen in de Rocky Mountains. “It is famous for its sunsets.”

Om Sundown Over Ghost Town te schrijven trok Jewell zich terug in afgelegen oorden. Ze verbleef in een blokhut van vrienden en bezocht geregeld haar vader in het groots klinkende maar amper op de kaart staande Idaho City. Een zogenaamde ghost town, die in de negentiende eeuw floreerde tijdens de gold rush, maar in verval raakte toen het goud en het zilver opraakten en de mensen massaal verder westwaarts hun geluk gingen beproeven. Nu wonen er nog geen 450 mensen. “Voor mij zijn dat soort stadjes de ultieme verbeelding van The West. Verval en schoonheid klampen zich aan elkaar vast als een twee-eenheid. En de achterblijvers zijn van het type ruwe bolster blanke pit.”

Jewell schreef Half-Broke Horse over het inmiddels bejaarde prairiepaard van haar vader. Too wild for this world, too tame for mustangs. “Het dier heeft altijd in een soort tussenwereld geleefd. Hij kwam op je toe als je de paardenbak bezocht, maar beet van zich af als je hem wilde aaien. Achteraf drong het tot me door dat het lied eigenlijk over mezelf gaat. Ik heb vaak het gevoel dat ik niet echt een keuze kan maken tussen wat je noemt beschaving en wildernis. Ik kan heel erg verlangen naar eenzaamheid. Weg van de mensen, no social talk. Maar uiteindelijk hunker ik wel weer naar gezelschap.”

Het gevoel een buitenstaander te zijn weerspiegelde zich in haar teksten, die veelal handelden over anderen. Sundown Over Ghost Town is sterk autobiografisch, geïnspireerd door de omgeving die tal van jeugdherinneringen opriep. Het meest persoonlijk is ze in Songbird, over dochter Mavis. “We hebben haar inderdaad vernoemd naar Mavis Staples, al moet ik bekennen dat ik haar Billie had willen dopen, naar Billie Holiday, maar daar was Jason faliekant op tegen. Natuurlijk heb ik vrede met de naam, die ook nog eens songbird betekent. Dat liedje is puur emotie, over mijn liefde voor haar en hoe kwetsbaar me dat maakt.” My whole world rests on those tiny wings, but you don’t seem to mind the weight.

Dit artikel is afkomstig van Popmagazine Heaven.  Meer Popmagazine Heaven? Kijk dan snel op de website: www.popmagazineheaven.nl

MEER SHELTER STORIES: