Menu Sluit Agenda Zoeken Winkelwagen

Hoe omroepensembles vaste voet aan de grond kregen in Utrecht

TivoliVredenburg bestaat in 2019 vijf jaar en de Grote Zaal zelfs veertig jaar. In een vijfdelige serie spreken we de grondleggers en betrokkenen die TivoliVredenburg hebben gemaakt tot wat het vandaag is. In dit derde deel gaan we in gesprek met betrokkenen rond het Radio Filharmonisch Orkest, het Groot Omroepkoor en het AVROTROS Vrijdagconcert. Over hun relatie met (Tivoli)Vredenburg, die inmiddels verschillende veranderingen en verhuizingen heeft doorstaan.

Al sinds de opening van Muziekcentrum Vredenburg in 1979 was er vanuit de verschillende omroeporkesten in Hilversum veel interesse om te spelen in de gloednieuwe zaal, midden in het centrum van Utrecht. In die tijd had de publieke omroep verschillende eigen radio-orkesten. In Vredenburg konden ze niet terecht; het Utrechts Symfonie Orkest (USO) was daar kind aan huis. In 1985 viel echter het doek voor het USO na cultuurbezuinigingen. De teloorgang van Utrechts eigen orkest maakte de weg vrij voor een intensievere samenwerking tussen Muziekcentrum Vredenburg en de verschillende omroeporkesten. ‘’Vanaf 1986 organiseerden bijna alle omroepen wel eens een concert in Vredenburg,’’ vertelt Astrid in ´t Veld, programmeur bij AVROTROS en al meer dan dertig jaar iedere week aanwezig bij het Vrijdagconcert. ‘’En die concerten waren gelijk succesvol.’’

Sebastiaan van Eck, al bijna veertig jaar cellist in het Radio Filharmonisch Orkest (RFO), kan zich nog goed herinneren dat er in Hilversum vergaderd werd toen naar buiten kwam dat het USO er mee ging stoppen. ‘’Destijds namen we alles op in de studio en daar kwam niet bepaald veel publiek op af.’’ De studio-opnames verhuisden naar een live-setting in Vredenburg en werden rechtstreeks via de radio uitgezonden.

Roland Kieft, ex-dirigent van het RFO en directeur van Stichting Omroep Muziek, zag ook dat er in Utrecht een roep was om symfonische muziek. ‘’De interactie met het publiek is voor een musicus ontzettend belangrijk. Vredenburg was daarom al heel snel een fantastisch huis voor de omroepensembles. Het podium nodigde ook uit voor een spannend format. Concerten waren er door het hele gebouw. In de Grote Zaal, de Kleine Zaal en ook in de foyers waren er artiesten. Je was dan gewoon een hele avond onder de pannen.’’

Het Radio Filharmonisch Orkest in Muziekcentrum Vredenburg (1987)

 

De belangstelling was groot en de abonnementen vlogen de deur uit. Bezoekers konden het hele weekend terecht in het muziekcentrum. Op zondagmiddag waren er opera’s, de Nederlandse Muziekdagen werden er gehouden en een aantal concerten werd zelfs rechtstreeks op buitenlandse radio uitgezonden. ‘’We hebben laatst uitgezocht hoeveel Nederlandse en wereldpremières er hier zijn geweest en dat zijn er ongelofelijk veel. Utrecht is daarmee enorm op de kaart gezet’’, zegt In ’t Veld.

In de loop der jaren werd de vrijdag de vaste dag voor de concerten van de verschillende omroeporkesten. Hieruit ontstond De Vrijdag van Vredenburg, later het AVROTROS Vrijdagconcert, wekelijks live uitgezonden op Radio 4. Ondertussen moest een groot deel van de ensembles van de publieke omroep na zware bezuinigingsrondes fuseren of zelfs worden opgeheven. Alleen het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor bleven uiteindelijk over.

Vredenburg Leidsche Rijn, tijdelijke concertlocatie van 2007 tot 2014 (foto: V.M. Lansink)

 

De Rode Doos
In 2007 werd gestart met de bouw van het Muziekpaleis, dat later TivoliVredenburg zou gaan heten. Voor de concerten moest in de tussentijd gebruik gemaakt worden van andere concertlocaties. De Kleine Zaal verhuisde naar het voormalige Leeuwenbergh Gasthuis in de binnenstad. Voor symfonische concerten en popconcerten werd een tijdelijke voorziening gebouwd aan de rand van Vinex-wijk Leidsche Rijn. In de volksmond kreeg het curieuze rode gebouw al snel de bijnaam ‘de Rode Doos’.

De Vrijdag van Vredenburg verhuisde mee naar Leidsche Rijn. Voordat het rode complex in gebruik genomen kon worden, moest er nog enkele maanden worden uitgeweken naar Central Studios in de wijk Zuilen. De waardering voor Vredenburg werd juist in die tijd heel erg tastbaar, vertelt In ‘t Veld. ‘’We verkochten kaartjes aan ons publiek terwijl we niet eens wisten waar ze naartoe moesten. Het was zo hartverwarmend om te zien dat het publiek zo trouw was en de orkesten massaal volgden naar deze noodlocaties.’’

Radio Filharmonisch Orkest in de Grote Zaal tijdens Pieces of Tomorrow (foto: Anna van Kooij)

 

Terug op het Vredenburg
In 2014 werd TivoliVredenburg opgeleverd en konden het Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor na zeven jaar eindelijk terug naar de vertrouwde Grote Zaal, die na de grote verbouwing behouden was gebleven. En dat is maar goed ook, vindt Van Eck. ‘’De Grote Zaal daagt uit om iets bijzonders te doen. Vanaf de jaren zeventig moest het allemaal wat minder elitair en iedereen moest even dicht op het podium zitten. Dat had Hertzberger maar al te goed door met zijn ontwerp. Het is een soort huiskamer. Als ik mensen voor het eerst hier mee naartoe neem, merk ik dat de muziek veel meer effect op ze heeft dan bijvoorbeeld het Concertgebouw.’’

Ook Kieft is lovend. ‘’De zaal leent zich voor allerlei experimentele opstellingen en je beleeft hier het concert samen. Tot veertig jaar geleden waren zalen als een ‘schoenendoos’: een podium met daarvoor de stoelen en banken. Hertzberger doorbrak dat door ook mensen achter het orkest te laten zitten, iets dat sindsdien nog veel vaker gedaan is over de hele wereld.’’ In ’t Veld benadrukt ook de atmosfeer. ‘’Niet alleen het gebouw, maar ook de mensen die er in werken dragen bij. Ze zijn hier gastvrij, het is eigenlijk een tikkeltje bourgondisch. Na afloop krijgen de musici een drankje, er worden lekkere hapjes uitgedeeld, waar vind je dat?’’

Om klassieke muziek ook voor de toekomst te waarborgen is concertformule Pieces of Tomorrow opgezet, een kennismaking met symfonische muziek voor jongeren. Inmiddels hebben er al meer dan twintig edities plaatsgevonden. Volgens Kieft blijkt dat ook daarvoor de Grote Zaal uitermate geschikt is. ‘’Deze zaal leent zich wat dat betreft voor alle generaties. Jongeren krijgen dezelfde muziek aangereikt als bezoekers van het Vrijdagconcert, maar in een totaal andere setting.’’ Bij Pieces of Tomorrow wordt klassieke muziek in een popjasje gegoten, met bijvoorbeeld visuals en dj St. Paul als host, maar zonder dat er aanpassingen aan de muziek worden gedaan. ‘’Mensen mogen ook met hun biertje naar binnen. En hoewel de sfeer dus heel anders is, kun je ook dan een speld horen vallen. Het is prachtig dat je hier zo veel in een andere vorm kunt aanbieden.’’

v.l.n.r. Sebastiaan van Eck (Radio Filharmonisch Orkest), Marco van Es (Stichting Omroep Muziek), Astrid van 't Veld (AVROTROS), Roland Kieft (Stichting Omroep Muziek) in de Grote Zaal

 

Volg onze podcast via Spotify, iTunes, Overcast, Stitcher of Pippa.

Tekst: Jorn van Zwieten