Quatuor Mosaïques

Lees hier de programmatoelichting voor het concert van het Quatuor Mosaïques op woensdag 17 april.


Uitvoerenden
Quatuor Mosaïques:
Erich Höbarth viool
Andrea Bischof viool
Anita Mitterer altviool
Christophe Coin cello

Programma
Joseph Haydn 1732-1809
Strijkkwartet opus 50 nr. 5 (1787)
Allegro moderato
Poco adagio
Menuetto. Allegretto
Finale. Vivace

Ludwig van Beethoven 1770-1827
Strijkkwartet opus 18 nr. 5 (1798-1800)
Allegro
Menuetto
Andante cantabile
Allegro

Wolfgang Amadeus Mozart 1756-1791
Strijkkwartet nr. 21 (1789)
Allegretto
Andante
Menuetto
Allegretto


De mythische status van het trio Haydn-Mozart-Beethoven is geen creatie van latere generaties. Toen Beethoven in 1792 vanuit Bonn naar Wenen vertrok, verklaarde een adellijke weldoener tegen hem: “U zult de geest van Mozart ontvangen uit handen van Haydn.” Zo’n opmerking suggereert een duidelijke continuïteit, maar de verschillen zijn minstens zo groot.

Haydn
Een man van de wereld
Joseph Haydn gold jarenlang als de uitvinder van het strijkkwartet, maar inmiddels weten we dat dit niet helemaal waar is. Hij had diverse voorgangers die stukken schreven die stilistisch de overgang markeren van barok naar klassiek. Desondanks is Haydn in de beginjaren van het kwartet een sleutelfiguur, om meerdere redenen. De huidige bezetting (twee violen, altviool en cello) ontstond dankzij Haydn canonieke status. Haydn was de eerste grote componist die de cello, altviool en tweede viool net zo belangrijk maakte als de eerste viool. De eerste violist heeft weliswaar vaak het belangrijkste melodische materiaal, maar de begeleiding of tegenstem wordt minstens zo essentieel voor het geheel. Ook in de volgorde van de delen zette hij standaards. Een ‘officiële sonatevorm’ bestond nog niet, maar Haydn stelde al wel enkele, toen nog ongeschreven regels, al was Haydn ook de eerste om daarmee te spelen. En daarin was hij een van de besten. De hoekdelen lijken nog het meest op een officiële sonate, in het tweede langzame deel is de eerste viool ook vaak figuurlijk de eerste viool en in het menuet en trio toont Haydn het meest op beschaafde wijze zijn volkse kant. De permanente beweeglijkheid is extra opmerkelijk omdat Haydn in veel kwartetten, ook in opus 50 nr. 5, werkt met een minimum aan thematisch materiaal. Het thema belicht hij op vele manieren waarbij het spel tussen muziek en stilte, wisselende combinaties van instrumenten en subtiele wendingen in dynamiek en harmonie een grote rol spelen. Anders dan Mozart was Haydn geen uitgesproken tragische figuur. Haydn was sterker in zijn kwartetten dan in zijn opera’s. Naast verfijnd en humoristisch in zijn muziek was hij ook een man van de wereld. De zes kwartetten opus 50 ontstonden in 1787 niet uit een opdracht van de wereldlijke vorst bij wie de componist in dienst was (destijds heel gewoon), maar op eigen initiatief. Hij kende zijn waarde als componist, wist dat anderen die waarde ook kenden (hij was internationaal beroemd) en wist dankzij een crowdfundingsactie avant la lettre royaal uit de drukkosten te komen.

Anders dan Mozart was Haydn geen uitgesproken tragische figuur.

Beethoven
Verwantschap uit bewondering
Eenmaal in Wenen nam Beethoven lessen bij Haydn. De verhouding tussen leraar en leerling was vermoedelijk niet heel goed en kort daarop deed Beethoven wat schamper over Haydns invloed op hem. Niettemin lijkt de muziek van Beethoven veel op die van Haydn, soms meer dan op die van Mozart. Net als Haydn is Beethoven een groot liefhebber van monothematisch basismateriaal dat hij op talloze manieren uitwerkt. In zijn vroege werken (tot ongeveer opus 30 uit circa 1800) is de toon vaak nog haydnesk. De latere ruige rebel die veel meer het Beethoven-beeld zou bepalen, is al aanwezig, maar meestal onderhuids en incidenteel. Tegelijk toont Beethoven in zijn vroegste kwartetten opus 18 zijn immense bewondering voor Mozart. Beethovens opus 18 nr. 5 is qua opzet zeer verwant aan Mozarts kwartet KV 464. Die verwantschap was opzet en absoluut geen plagiaat in de negatieve betekenis die het woord sinds de romantiek heeft. De overeenkomsten zitten in vele eigenschappen. Het melodisch materiaal in het eerste deel is zeer verwant, het harmonisch verloop toont grote gelijkenis, het derde deel is in beide een thema met variaties en de finale heeft een stereotiepe sonatevorm. Daarnaast zijn er verschillen. Mozart was vaak meer melodisch ingesteld en Beethoven meer ritmisch. Voor Mozart bestond er een streng onderscheid tussen enerzijds thema’s en anderzijds omspelingen en passagewerk. Beethoven geeft die omspelingen en het passagewerk vaak een melodisch en ritmisch karakter. Daardoor krijgt zijn werk een enorme stuwing. In zijn werk uit zijn zogeheten middendelen (de muziek die hij schreef tussen ongeveer 1800 en 1818) is die stuwing zeer nadrukkelijk aanwezig, in opus 18 meer bescheiden, maar het geeft zijn muziek al wel een onmiskenbaar persoonlijk karakter.

Een componist, hoe goed ook, was in Mozarts tijd maatschappelijk gezien slechts een lakei.

Mozart
De nood en de deugd
Tussen 1782 en 1785, de jaren waarin Haydn en Mozart met elkaar bevriend raakten, componeerde Mozart een reeks van zes strijkkwartetten die hij aan Haydn opdroeg. In de opdracht schreef hij dat ze het resultaat zijn van zware arbeid. Wat hij daarmee bedoelde kunnen we slechts vermoeden; waarschijnlijk wilde Mozart in zijn muziek reageren op de nieuwste kwartetstijl die Haydn had geïntroduceerd met zijn kwartetten opus 33: het vermogen om een dialoog tussen gelijkwaardige spelers harmonieus te combineren met een spannend ononderbroken betoog. Dat hem dat uitstekend lukte, hoorde Haydn meteen. Toen de zes werden uitgevoerd, verklaarde Haydn tegen Mozarts vader dat zijn zoon de grootst levende componist was. Na die zes bleef Mozart zich ontwikkelen. In 1789 componeerde hij een reeks van kwartetten op verzoek van de koning van Pruisen (KV 575 is daarvan het eerste). Omdat de vorst een verdienstelijk amateurcellist was, introduceerde Mozart in dit kwartet diverse muzikale ideeën in de cello waarna de vorst zich moest voegen naar de andere drie en de gegroeide conventies inzake kwartetspel. De vorst was kortom zowel leidinggevend als dienend met gelijken. Het kwartet is daardoor in zekere zin een zeer biografisch werk. Een componist, hoe goed ook, was in Mozarts tijd maatschappelijk gezien slechts een lakei. Mozart wist dat hij een genie was, ver verheven boven andere componisten, en wilde zich ook als sociaal wezen aristocratisch gedragen. Dat was natuurlijk vragen om moeilijkheden in zijn leven en die kwamen er dan ook. Uiteindelijk won bij hem de artistieke deugden het van zijn maatschappelijke nood. Van die constante spanning tussen leven en werk is in dit kwartet niets te horen.

Emanuel Overbeeke

Over de musici

QUATUOR MOSAÏQUES

Het Quatuor Mosaïques is een strijkkwartet uit Oostenrijk, opgericht in 1987 door de vier leden: Erich Höbarth, Andrea Bischof, Anita Mittereren en Christophe Coin. Naast het kwartet zijn ze lid van het barokorkest Concentus Musicus Wien. De naam van het kwartet verwijst naar mozaïeken, waarmee ze willen benadrukken hoe kleine details een impact kunnen hebben op het totale kunstwerk. Zo hebben elementen van de historische uitvoeringspraktijk, zoals de historische muziekinstrumenten, een grote invloed op de muziekervaring. Met de historische uitvoering proberen ze een levende link te leggen met de grote Europese kwartettraditie.


Duurzaamheid

De missie van TivoliVredenburg luidt: een leven lang muziek voor iedereen. Daarin zit duurzaamheid verankerd: we maken ons hard voor een toekomstbestendige, en dus duurzame bedrijfsvoering. Door de programmatoelichtingen digitaal te maken help je ons mee om bij te dragen aan een groenere planeet. Bekijk hier wat we nog meer doen op het gebied van duurzaamheid.

CONCERTTIPS