Uitvoerenden
Harriet Krijgh cello
Magda Amara piano

Programma

Felix Mendelssohn 1809-1847
Cellosonate nr. 2 (1842)
Allegro assai vivace
Allegretto scherzando
Adagio
Molto allegro e vivace

Olivier Messiaen 1908-1992
Quatuor pour la fin du temps (1940)
Louange à l’Éternité de Jésus

César Franck 1822-1890
Vioolsonate in A (1886)
Allegretto ben moderato
Allegro
Recitativo-fantasia: ben moderatoAllegretto poco mosso
Arr. Jules Delsart

Er is geen pauze in dit concert


Geen romantische componist schreef zulke zorgeloze muziek als Felix Mendelssohn. In de Tweede cellosonate slaat hij, zoals vaker, een duidelijke brug naar de klankwereld van Bach. Ook Olivier Messiaens Louange à l´Éternité de Jésus is vredig van toon, ondanks de context: hij componeerde het stuk in krijgsgevangenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar de grootste verbinder op het programma is César Franck, die voor een bruidspaar zijn lieflijke Vioolsonate componeerde. En een uitvoering op cello mocht van hem ook.

Liefde voor Bach
Vergeleken met andere romantische componisten klinkt bijna alle muziek van Felix Mendelssohn zorgeloos. Dat heeft ongetwijfeld te maken met zijn achtergrond. Hij was geen in armoede gepekelde bohémien, maar een telg van een welgestelde vader die zijn zoon facilitair steunde en hem tegelijkertijd aan een strenge discipline onderwierp. Dat leverde hem evenwel het stigma van een rijkeluiszoon op: tot lang na zijn dood waren er altijd weer critici die Mendelssohns genie bagatelliseerden puur vanwege zijn comfortabele werkomstandigheden. Daarnaast was hij een jood, wat voor een zelfverklaarde edelgermaan als Richard Wagner reden zijn muziek te verguizen. Eerder al had Mendelssohns vader, buigend voor antisemitische sentimenten in zijn omgeving, zijn familie tot het christendom bekeerd en als extra camouflage de naam ‘Bartholdy’ aan de familienaam toegevoegd.

Dramatiek blijft in Mendelssohns werk veelal beperkt tot subtiele schakeringen tussen verstilling en uitbundigheid. Bij hem hoor je geen pathetische uitbarstingen à la Chopin, geen Schubert-achtige desolaatheid en geen manische stemmingswisselingen zoals bij Schumann. Maar zelfs romantische muziek hoeft niet psychologisch beladen te zijn om overtuigend te kunnen zijn. Mendelssohn excelleert in melodische inventiviteit: het ene pakkende thema wordt door het andere beantwoord, waardoor een meeslepend betoog ontstaat. Pakkende voorbeelden daarvan vind je in de Cellosonate nr. 2, zeker in de eerste twee delen. Ook benut Mendelssohn hier volop zijn expertise op strijkersgebied; hij was zelf een begenadigd pianist, maar hij had als tiener al diverse stukken voor strijkorkest geschreven voor uitvoering in huislijke kring. In het religieus aandoende Adagio getuigt Mendelssohn van zijn liefde voor Bach, een componist die vreemd genoeg in Duitsland vergeten dreigde te worden en dankzij hem herontdekt werd. De piano speelt in het Adagio een koraal in Bach-stijl, de cello vult de piano aan met recitatief-achtige ‘tekstregels’.

Louange à l´Éternité de Jésus is een intiem, extatisch duet voor cello en piano.

Musici zijn geen soldaten
Het hoogtepunt van ´oorlogsmuziek´ is misschien Olivier Messiaens Quatuor pour la fin du temps. Als dienstplichtig militair werd Messiaen in 1940 door de Duitsers afgevoerd naar een kamp voor krijgsgevangenen. Tot zijn lotgenoten behoorden cellist Étienne Pasquier en klarinettist Henri Akoka, die zijn instrument had meegenomen. Voor Akoka componeerde Messiaen onderweg een klarinetsolo, het derde deel van het latere Quatuor. Met violist Jean de Boulaire, eveneens geïnterneerd, vormden ze een gelegenheidsensemble – gesteund door een gewetensvolle kampbewaker die de benodigde instrumenten verschafte. En muziekpapier, want het componeren werd Messiaen aangemoedigd. “Volgens de bewakers konden musici geen soldaten zijn,” verklaarde Pasquier later, “en dus ook geen vijanden.” Voor de beschikbare bezetting schreef Messiaen in totaal acht stukken. Honderden gevangenen en de voltallige kampleiding keken geïnteresseerd uit naar de première, die plaatsvond op een kille januaridag in het geïmproviseerde kamptheater.

Zelfs dit vroege werk heeft al de typische Messiaen-kenmerken van religieuze extase en imitaties van vogels, “mijn eerste en belangrijkste leermeesters.” De titel lijkt een ondergangsvisioen weer te geven, maar de titel is niet fatalistisch bedoeld. Messiaen doelde op de Eeuwigheid, de lotsbestemming van alle mensen, en op ´tijdloosheid´ in muzikale zin:

vaste maatsoorten ontbreken, de muziek klinkt ritmisch volkomen vrij (waarmee Messiaen aanknoopte bij de open ritmische patronen van Hindoestaanse muziek). Het Bijbelboek Openbaring leverde de directe inspiratie: “Ik zag een engel uit de hemel afdalen met een wolk als mantel, een regenboog op zijn hoofd, een gezicht dat straalde als de zon en met benen als zuilen van vuur.” Voor Messiaen, met zijn synesthetische vermogen om kleuren en texturen te horen, waren dergelijke regels een uitdaging om muziek te schrijven met een caleidoscopisch coloriet. De instrumenten klinken in wisselende combinaties. Louange à l´Éternité de Jésus (´Lofzang op de Eeuwigheid van Jezus´) is een intiem, extatisch duet voor cello en piano.

Huwelijkscadeau
César Franck was een Frans georiënteerde Belg van Duitse afkomst. Mede daardoor vond hij een perfecte balans tussen Duitse grondigheid en mediterrane souplesse: zijn muziek is streng zonder streng te klinken, even doorwrocht als exquis, oerdegelijk en tegelijkertijd sensueel. Als componist en organist greep hij terug op de solide architectuur van Bach, zijn grootste idool. Ook was hij een begenadigd improvisator; hij kon uren fantaseren aan het klavier, met een Schumann-achtige, romantische spontaniteit. Bij dergelijke ‘verkenningen’ doorbrak hij vaak de klassieke vorm- en harmonieregels – tot bewondering van zijn leerlingen, waaronder Ernest Chausson en Paul Dukas. Een charmant trekje is dat hij zich op latere leeftijd door hen liet adviseren en onderrichten. Franck wilde bij de tijd blijven en zijn tekortkomingen overwinnen.

Franck wilde bij de tijd blijven en zijn tekortkomingen overwinnen.

Want bij het concertpubliek had Franck lange tijd nauwelijks succes en critici verguisden zijn werk. Zijn collega Johannes Brahms weigerde zelfs maar te kijken naar een compositie die Franck hem ter beoordeling had toegestuurd. Ware erkenning kwam pas kort voor zijn dood, mede dankzij de Vioolsonate. Franck componeerde dit werk in 1886 als huwelijkscadeau voor de vioolvirtuoos Eugène Ysaÿe; de dankbare bruidegom zag zelfs kans om het stuk op de dag van de bruiloft uit te voeren voor de genodigden, na een haastige repetitie. Kort na de première kreeg de cellist Jules Delsart, een groot bewonderaar van Franck, toestemming van de componist om het werk voor cello te bewerken. Ook zonder liefdespaar op de achtergrond klinkt deze muziek innemend en warm, omdat Franck geen sterk contrasterende thema’s gebruikt – precies wat een Beethovensonate juist zo conflictueus en dramatisch maakt. Piano en viool zetten meteen aan het begin een soort statement neer; vervolgens trekken ze daaruit elk hun eigen lijn, vredig parallel lopend aan elkaar, zonder elkaar te doorkruisen of elkaars materiaal te ´stelen´.

Franck paste in deze Sonate een techniek toe die hij van Franz Liszt had overgenomen en die spoedig door Claude Debussy geperfectioneerd zou worden: hij liet het hele werk groeien uit materiaal dat in het eerste deel geïntroduceerd wordt. Soms hoor je dat duidelijk – vooral deel drie verwijst duidelijk naar het beginthema – maar vaker zijn die basismotieven aan subtiele veranderingen onderworpen. Het levert muziek op waarin steeds nieuwe ideeën voorbijkomen die ondertussen wel verband met elkaar houden.

Michiel Cleij

Over de musici

HARRIET KRIJGH

De Nederlandse Harriet Krijgh is een gerenommeerde celliste met wereldwijde erkenning. Als soliste heeft ze opgetreden met vooraanstaande orkesten zoals het Boston Symfonieorkest en het Weense Symfonieorkest. Naast haar solocarrière deelt Krijgh regelmatig het podium met vooraanstaande pianisten zoals Magda Amara en Lauma Skride om kamermuziek ten gehore te brengen. Haar liefde voor kamermuziek komt tot uiting in het jaarlijkse kamermuziekfestival Harriet en Vrienden, waar ze haar passie voor deze muziek deelt. Dit prachtige project vindt al dertien jaar plaats in het betoverende kasteel Feistritz gedurende de zomer.

MAGDA AMARA

Magda Amara is een concertpianiste en een bekende gast van vooraanstaande podia, zoals het Lucerne Festival, het Konzerthaus in Wenen en het Lincoln Center in New York. Ze soleert regelmatig met grote orkesten, zoals het Weense Kamerorkest. Naast het soleren is ook Amara vaak te vinden in de kamermuziek. Ze heeft samengewerkt met bekende namen, zoals Janine Jansen, Julian Rachlin en Renaud Capuçon. Met Harriet Krijgh vormt ze een vast duo. Samen hebben ze onder andere werken van Brahms, Poulenc, Mendelssohn, Chausson en Rachmaninov opgenomen bij de Deutsche Grammophon.


Duurzaamheid

De missie van TivoliVredenburg luidt: een leven lang muziek voor iedereen. Daarin zit duurzaamheid verankerd: we maken ons hard voor een toekomstbestendige, en dus duurzame bedrijfsvoering. Door de programmatoelichtingen digitaal te maken help je ons mee om bij te dragen aan een groenere planeet. Bekijk hier wat we nog meer doen op het gebied van duurzaamheid.

CONCERTTIPS