vrijdag 3 juni 2022

Noord Nederlands Orkest met Julia Philippens

19:15
zaal open
20:15
aanvang
21:30
verwachte eindtijd

Tijden zijn onder voorbehoud.

€ 30,-
€ 24,-

Deze prijzen zijn inclusief servicekosten, garderobe en pauzedrankje.

uitvoerenden

Julia Philippens viool

programma

Thomas Beijer Jazzvioolconcert e.a.

locatie
vrijdag 3 juni 2022

Noord Nederlands Orkest met Julia Philippens

Is het concert uitverkocht? Klik op 'Bestel tickets' om u in te schrijven voor een wachtlijst.

De combinatie Thomas Beijer en Julia Philippens is er één om van op te veren uit je stoel. Philippens is bekend als een van de frontvrouwen van Fuse en gaat geen uitdaging uit de weg. Thomas Beijer ontpopt zich steeds meer tot een componist die je direct inpakt, ongeacht in welke taal hij tot je spreekt. Een jazzvioolconcert, wat moeten we ons daarbij voorstellen? Thomas zegt erover: ‘Het is voor mij van belang dat een muzikaal werk communicatief is: dat wil zeggen dat er voor de luisteraar herkenbare elementen moeten bestaan, zodat het muzikale verhaal voor hem te volgen is, als een soort symfonische film. Een gevaar daarbij is dat het voorspelbaar kan worden. De uitdaging zit hem erin om in een relatief bekende taal nieuwe dingen te zeggen. Ik vind het van groot belang dat men over een muziekstuk zegt: “Dat kan alleen in deze tijd geschreven zijn.” Maar hoe jazz te integreren in meer klassieke vormen? De combinatie is natuurlijk niet nieuw. Ravel deed het al, Gershwin, Copland, Stravinsky, Bernstein, en later componisten als Loevendie, Bolcom, Adams, Andriessen... Het jazz-element zit vrijwel altijd in de harmonieën. Maar het meest onderscheidende element is improvisatie. Er zijn mij geen stukken bekend waarin die twee zaken - het geïmproviseerde en het doorgecomponeerde - op een voor mij bevredigende manier worden gecombineerd. Ik heb het dan over een wérkelijke combinatie, een echte fusie, en dus niet een stuk ‘klassieke muziek’ gevolgd door een improvisatie van de solo-viool. Het een moet werkelijk onvermijdbaar uit het ander voortkomen. Zo ontstaat er wel degelijk een nieuwe subtaal. Aangezien er op meerdere strategische momenten improvisaties komen van de solo-viool, heeft het stuk een variabele lengte. Het zou mooi zijn als Julia daarbij door het orkest kan lopen, ook weer om de flexibiliteit te benadrukken. Dit moet een stuk worden waarvan jong, nieuw publiek bij wijze van spreken op de stoel gaat staan. Ik denk dat Julia de ideale figuur is om dat voor elkaar te krijgen.’